Het moment waarop je van huis vertrekt, bepaalt voor een groot deel hoe de reis verloopt. Vertrek je te laat, dan zit je midden in de drukte en loopt de spanning in de auto op. Vertrek je heel vroeg, dan zijn de kinderen misschien nog moe en begint de dag met een tekort aan slaap. Er bestaat geen perfect tijdstip dat voor iedereen werkt. Toch loont het om er even bij stil te staan.
Kies een moment dat past bij jullie gezin. Slapen de kinderen graag in de auto, dan kan een heel vroeg vertrek een pluspunt zijn, omdat ze het eerste stuk gewoon doorslapen. Zijn ze juist actief in de ochtend, dan werkt een rustig ontbijt en een wat latere start beter. Denk ook aan de chauffeur: wie moet de eerste etappe rijden, en wanneer is diegene het meest alert? Praat er samen over voordat je een besluit neemt.
Wat weegt zwaar?
Bekijk eerst het ritme van de kinderen. Een kind dat 's middags altijd slaapt, valt in de auto vaak vanzelf in slaap, dus plan de rit dan liefst rond die tijd. Neem ook het weer mee: bij grote hitte is het prettiger om in de koelere uren te rijden, en bij slecht zicht kun je beter wachten. Kijk verder naar de aankomst. Wie in het donker aankomt, moet met vermoeide kinderen nog uitpakken en eten regelen. Dat is een goede reden om iets eerder weg te gaan.
Zorg dat het vertrek zelf rustig verloopt. Pak de auto de dag ervoor in, zodat je 's ochtends alleen nog de laatste dingen hoeft mee te nemen. Houd rekening met een buffer, want er is altijd wel iets dat langer duurt dan verwacht. Eet samen een goed ontbijt, en loop nog een keer door het huis om te controleren of alles dicht en uit is. Zo begin je zonder haast en zonder frustratie.
Wees ook flexibel. Soms lukt het niet om op het gekozen tijdstip weg te komen, en dat is helemaal niet erg. Je kunt het oponthoud opvangen met een extra pauze of een kortere lunch. Belangrijker is dat iedereen zich goed voelt. Een reis die rustig begint, blijft meestal ook rustig. Bespreek daarna samen wat goed werkte, zodat je de volgende keer nog beter kiest.